Herma Ardesch



Herma Ardesch werd in 1957 geboren in Den Ham. Als kind was ze al gefascineerd door de kleuren van de regenboog, die ze op alle mogelijke manieren probeerde te reproduceren. Na het gymnasium kon ze nauwelijks kiezen uit de veelheid aan mogelijkheden die voor haar open lagen. Wel was het haar duidelijk dat ze iets wilde dóen en niet alleen intellectueel bezig zijn.

Haar vervolgstudie ruilde ze dan ook al snel in voor een baan: het begin van een succesvolle carrière in aanvankelijk de gezondheidszorg en later het bedrijfsleven, waar ze de laatste jaren als organisatie adviseur werkzaam was. Haar carrière bracht haar naar Amsterdam.

In 1999 besloot ze haar baan op te zeggen om haar creatieve kant opnieuw de ruimte te geven. Dit begon met twee door haarzelf geschreven en geïllustreerde verhaaltjes over de lievelingsknuffel van haar kinderen. In 2002 verschenen deze als prentenboek, getiteld Penta het inktvisje. Daarmee was de basis voor Sunray, haar eigen onderneming, gelegd.

Als kunstenaar is Herma autodidact. Ze schildert vrij en in opdracht en exposeert regelmatig zowel in Nederland als daarbuiten. Ze werkt graag in acryl, gemengde technieken en aquarel. Haar inspiratie haalt zij uit alles wat leeft. Ze combineert figuratieve elementen met haar fantasie, waardoor vanzelf ‘dreamscapes’ ontstaan. Ook voelt ze zich aangetrokken door symboliek, sfeer en mystiek van andere culturen. Daarnaast laat zij zich in haar werk regelmatig inspireren door muziek. Bij haar werk in gemengde technieken maakt ze soms gebruik van elementen als zand, veertjes en brokjes steen, waardoor deze tweedimensionale doeken op subtiele wijze een extra dimensie krijgen.

Over het ontstaan van een schilderij vertelt Herma: ‘Met de eerste laag verf probeer ik de kleuren meteen goed uit te balanceren, deze zijn namelijk bepalend voor de sfeer van het werk. Soms heb ik van tevoren een idee over een beeld dat ik neer wil zetten, maar vaak breng ik de eerste laag nat in nat aan, waarbij ik de verf en het water hun eigen vormen laat zoeken. De vloeiende  kleurovergangen en spannende kleurcontrasten werk ik vervolgens uit in de volgende lagen. Pas daarna begin ik de lijnen, vormen en details te accentueren en uit te werken in één of meer toplagen. Liever dan rationeel te beslissen dat een werk af is, neem ik af en toe wat afstand. Zodra ik het gevoel heb dat het klopt en  ik er blij van word, laat ik het rusten.’